Sint Jans Onthoofding, Loon op Zand

Historie van de Sint-Jans Onthoofding te Loon op Zand

In 1233 al was er op de Kerkenakker in het Land van Kleef een stenen kerk gewijd aan Sint-Willibrord. Verjaagd door opstuivend duinzand en overlast van oorlogsgeweld, aldus de overlevering, moesten de inwoners van Venloon (de middeleeuwse naam van Loon op Zand) eind 14de eeuw een nieuw dorp bouwen ses boogscheuten weeghs, meer nabij het kasteel. Daar stichtte Paulus van Haastrecht de Oude, heer van Loon op Zand, de huidige kerk van Sint-Jans Onthoofding in 1392/1394. Tot in de tweede helft van de 15de eeuw werd gebouwd aan de toren in de stijl van de Kempengotiek, De oudste van de vijf luidklokken dateert van 1460.

doopkapel Loon op ZandMet het transept en de lagere zijbeuken uit de 16de eeuw kreeg de kerk grotendeels haar huidige vorm. De doopkapel werd in 1879 aangebouwd en de nieuwe dwarsbeuken dateren van 1929 en 1951. Van 1648 tot 1821 was de kerk in protestantse handen. In 1823 namen de katholieken het gebouw weer in gebruik.

Het gebouw lijkt vanaf de buitenkant groot, maar binnenin wordt men getroffen door het intieme interieur, dat is verrijkt met vele kunsthistorische voorwerpen. We mogen ons dankbaar prijzen, dat onze voorouders de kerk zo gaaf aan ons hebben overgedragen. In de kerk wordt dagelijks de Eucharistie gevierd volgens de Romeinse Ritus, in uitwerking van het Tweede Vaticaans Concilie. Zo weten we ons verbonden met de Wereldkerk en kunnen ook wij ons thuis voelen binnen de geloofsfamilie waar ook ter wereld.

interieur-kerk-loz interieur-loz interieur-zijkapel-lozDe eerste kerk, gewijd aan Sint-Willibrord
De kerk van Sint-Jans Onthoofding maakt deel uit van de rijke historie van Loon op Zand. Het gebouw dateert van het einde van de 14de eeuw en heeft in zes eeuwen een reeks van verbouwingen en restauraties ondergaan. In enkele archiefstukken vindt men 1392 als het jaar van de stichting van de kerk. Het gebouw is verrezen op deze plek omdat de Loonse gelovigen volgens de overlevering door het vervliegen der zandduynen werden gedwongen hun oude kerk te verlaten en een nieuwe te bouwen dichter bij het kasteel. Deze oude kerk, waarvan Sint-Willibrord de patroonheilige was, bestond reeds in 1233. In dat jaar namelijk schonk Hendrik I, hertog van Lotharingen en Brabant, deze kerk en het recht van pastoorsbenoeming aan de abdij van Tongerloo. Het Willibrordkerkje heeft nog bestaan tot in de 16de eeuw. In maart 2004 voerde de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek onder leiding van archeologe Ellen Vreenegoor een archeologisch onderzoek uit op de Kerkenakker, om vast te stellen of dit terrein nog resten bevat van het oude kerkje en het verlaten dorp Venloon. Inderdaad werden resten van de middeleeuwse kerk aangetroffen, alsmede vele graven en tevens kuilen en greppels. Een van de eindconclusies luidde dan ook dat de Kerkenakker een terrein is van zeer hoge archeologische waarde en derhalve behoudenswaardig.

Bouwgeschiedenis van de nieuwe kerk, gewijd aan Sint-Jan de Doper
Waarschijnlijk heeft Petrus Coelborne, de oudste pastoor die ons bekend is en die in 1384 pastoor van Loen ende Sprange wordt genoemd, de eerste jaren van de bouw van de nieuwe kerk begeleid. Als patroon werd aangenomen de heilige Johannes de Doper (de toevoeging “in zijn onthoofding” stamt uit de 19de eeuw). Uit het feit dat een nieuwe kerkpatroon werd gekozen, kunnen we afleiden dat gedurende een bepaalde periode beide kerken in gebruik zijn geweest. Zoals gebruikelijk kwam eerst de kerkruimte tot stand en ging men pas enige tijd later over tot de bouw van een toren. Tijdens de restauratie-werkzaamheden in 1978 zijn opgravingen verricht door heemkundekring Loon op ’t Sandt. Daarbij is duidelijk geworden dat er vermoedelijk een rechthoekig zaalkerkje heeft gestaan met recht opgetrokken stenen muren. De dakconstructie bestond waarschijnlijk uit open spanten; het plafond was het schuine draagvlak. De bakstenen die bij de opgravingen werden aangetroffen, waren van formaat kloostermoppen. Overigens werden binnen deze oude funderingsresten ook oude graven met geraamten aangetroffen.

priesterkoorHet priesterkoor, dat lager en smaller is dan de rest van de kerk, is het oudste gedeelte van het gebouw en kan worden gedateerd rond 1400. Tot in de tweede helft van de 15de eeuw werd er gebouwd aan de monumentale toren in de stijl van de Kempengotiek. Het is een groots opgezette bakstenen toren met steunberen, rijk gedecoreerd met natuursteen en kunstig metselwerk. In 1460 kon de eerste klok erin worden gehangen. Vanaf 1521 werden de twee kruiskoren (het transept) aangebouwd, alsmede de twee lagere zijbeuken aan weerszijden van het middenschip en de ruimte ten noorden van de toren, de huidige Mariakapel. Bij de opgravingen van 1978 is aan het licht gekomen dat de resten van een van de oude gevels dienst doen als fundatie voor de pilaren van het middenschip. Het betreft de kolommen van de zuidbeuk. Zo ontstond een gotische kerk met een driebeukig schip en dwarspand (transept). Na 1570 zijn er ook bouwactiviteiten geweest in de kerk. Het benodigde geld werd verkregen uit de verkoop van materialen van de oude kerk op de Kerkenakker. Voor de sloop was toestemming gevraagd aan bisschop Metsius van ’s-Hertogenbosch.

De kerk in protestantse handen
Na de Vrede van Munster (mei 1648), die een einde maakte aan de Tachtigjarige Oorlog tussen de opstandelingen in de Nederlanden en Spanje, werd de uitoefening van de katholieke godsdienst verboden. Het kerkgebouw kwam ingevolge het plakkaat van 16 juni 1648 in handen van de protestanten en werd voor lange tijd aan de katholieke eredienst onttrokken. Spoedig bleek dat het gebouw te groot was voor het handjevol protestanten. Het priesterkoor werd afgeplankt en in gebruik genomen als raadhuis. Ook de rechtbank hield er zijn vergaderingen. Tegen de houten afscheiding werd de preekstoel geplaatst. De altaren werden afgebroken en het interieur werd gewit. Volgens de overlevering is een gedeelte van het gebouw gebruikt als paardenstal van de hier gelegerde soldaten en heeft een ander deel dienst gedaan als geitenstal van de protestantse schoolmeester. De katholieken kerkten voortaan in het brouwhuis van het kasteel, dat als schuurkerk werd ingericht.

In de 17de en 18de eeuw hebben regelmatig noodzakelijke reparaties en restauraties van kerk en toren plaatsgevonden. Tijdens de storm van 9 november 1800 werd het gebouw echter zodanig vernield dat het bijna onbruikbaar werd. De gehele spits waaide van de toren. Mogelijk vormde de vervallen staat een van de aanleidingen die de protestantse gemeente in 1804 ertoe bracht een nieuw kerkgebouw op te richten in Kaatsheuvel.

Restauraties na de teruggave aan de katholieken
Ondanks eerdere verzoeken daartoe duurde het nog tot 4 juli 1821 voordat de kerk werd teruggegeven aan de katholieken. Na een grondige restauratie werd het gebouw op 30 september 1823 plechtig weer in gebruik genomen. Gedurende deze herstel-werkzaamheden zijn vermoedelijk de driehoekige lichtbeukramen aangebracht in het middenschip.

In de jaren 1879 en 1880 vond een ingrijpende restauratie plaats onder leiding van de Roermondse architect Karl Weber. Aan de zuidzijde van de toren werd een doopkapel gebouwd, de westgevel van de noordelijke zijbeuk werd geheel vernieuwd en op de plaats waar middenschip en transept overgaan in het lagere priesterkoor werd een geveltorentje gemetseld waarin een klokje werd gehangen. Het interieur kreeg een geheel ander aanzien door het aanbrengen van een houten tongewelf. De drie zware balken die de gevels van het middenschip verbinden, zijn ook ontsproten aan de geest van architect Weber. In de daaropvolgende jaren werden een nieuw hoogaltaar, twee zijaltaren, heiligenbeelden en nieuwe banken geplaatst en werd het interieur van muurschilderingen en gebrandschilderde ramen voorzien.

De kerktoren, die in 1902 door het gemeentebestuur was overgedragen aan het kerkbestuur, kreeg in 1909 een nieuwe spits. Tegelijkertijd werd ook de traptoren met een klein spitsje bekroond.

In 1923, bij het 100-jarig jubileum van de teruggave van de kerk, werd het interieur opgeknapt. De muren kregen een marmerbeschildering en er werden nieuwe muurschilderingen aangebracht. In 1928-1929 werd de kerk met een tweede dwarspand uitgebreid naar een ontwerp van de Bossche architect H.W. Valk. Door de bouw van een nieuwe sacristie en andere noodzakelijke ruimten werd het priesterkoor van buiten geheel aan het oog onttrokken. Deze verbouwing was minder gelukkig en de architectonische waarde van het oude bouwwerk ging goeddeels verloren.

Oorlogsschade en latere restauraties
Bij de bevrijding van Loon op Zand in oktober 1944 werden kerk en toren zwaar beschadigd. In 1945 begonnen de herstelwerkzaamheden. In 1949 werd de toren gerestaureerd en in 1950 werd het interieur vernieuwd. De muurschilderingen verdwenen, de muren werden opnieuw gepleisterd en geverfd en enkele van de in 1944 gesneuvelde gebrandschilderde ramen werden vervangen. In 1951 werd het verwoeste nieuwe dwarspand aan de zuidzijde onder architectuur van E. Nijsten uit Den Bosch in een geheel andere stijl herbouwd. Onder het pastoraat van pastoor Simons waren opnieuw grote herstelwerkzaamheden noodzakelijk. Deze vonden in etappes plaats: van 1964-1966 de toren, van 1973-1976 het exterieur en van 1978-1979 het interieur. In de periode 1993 t/m 1998 werden de gebrandschilderde ramen gerestaureerd, werd de boktorbestrijding in de dakconstructie ter hand genomen, werd het herstellen en schilderen van de binnenmuren afgerond en onderging de toren een opknapbeurt.

gerlachus-loz

Sint Gerlachus

Gerlachusbedevaart
De bescheiden dorpskerk is verrijkt met vele kunsthistorische voorwerpen. Opvallend in het interieur zijn de koperen kaarsenkronen uit de 17de eeuw en de preekstoel uit 1853. De kruisweg werd omstreeks 1920 door een onbekend atelier geschilderd in de zogenaamde Beuroner stijl. De gebrandschilderde ramen in het priesterkoor en het transept zijn in 1950 vervaardigd door Max Weiss uit Roermond. Tegen de pilaren van het middenschip zijn gepolychromeerde heiligenbeelden geplaatst. Opvallend links naast het altaar is het beeld van de H. Gerlachus, een kluizenaar die rond het jaar 1150 bij Valkenburg aan de Geul (Limburg) in een holle eik huisde. Hij wordt aangeroepen als beschermer tegen veeziekten. In 1890 werd hiervoor een Gerlachusbedevaart ingesteld. Het octaaf (periode van acht dagen) van Gerlachus begon in Loon op Zand op de maandag voor Pinksteren. Tijdens het octaaf werden iedere dag water en brood gewijd. Het hoogtepunt van de Gerlachusbedevaart was Tweede Pinksterdag, de laatste dag van het octaaf. Na een pelgrimsmis werd een sacramentsprocessie gehouden die, behalve door veel boeren, veelvuldig werd bezocht door Tilburgse pelgrims. In 1968 werd de Loonse Gerlachusbedevaart voor de laatste keer gehouden.

26 mei 1915

26 mei 1915

De pastoors
Men moet voor wat betreft de jaren vóór 1560 er rekening mee houden, dat degene die in een parochie als pastoor was benoemd en die dus de inkomsten ervan (het pastoorsbeneficie) genoot, heel vaak niet in zijn parochie woonde of werkte, maar tegen vergoeding een vervanger aantrok, vice-cureit of deservitor genaamd. Deze laatste oefende dus de zielzorg uit en werd misschien door de mensen ook als pastoor aangesproken. Maar in feite was dan een “absente” meneer de eigenlijke pastoor.

In de onderstaande lijst, opgemaakt door H. Hens van het archief van het bisdom Den Bosch en aangevuld met enkele nieuwe gegevens uit het heerlijkheidsarchief van Loon op Zand, zijn de cursieve namen die van de deservitor. De nauwkeurige duur van het pastoraat of van de deservituur is  voor de tijd vóór 1560 niet te geven aangezien de bronnen niet volledig zijn. Christoffel van Scouwen is niet goed te dateren, want er zijn over hem weinig gegevens.

14e -15e eeuw
plm. 1380 Petrus Coelborne
plm. 1400-1412 Henricus Stercken (Stierken?), absent, overleden 16 september 1412
1405 Gerardus de Merica (= v.d.Heijden)
1418 Joannes  van Oerscot, absent
1418  Joannes Hillen
plm. 1419-1421 Joannes Haen, absent
1419  Joannes Hoelcop
1421  Hermannus N.N.
plm. 1427-1445  Henricus Back, absent.
1427  Anthonius Block
1436-1438  Cornelius de Merica (= v.d. Heijden)
1441 Lambertus Boechmans
14
42-1443 Joannes Riggel
1445 Cornelius v.d. Heijde
plm. 1459-1479 Joannes van Beringen, absent
1459-1464 Joannes Geisteren

1469-1479 Rodolphus van Otterdyck
plm. 1485-1487 Jacobus Poortvliet, absent
1485 Wilhelmus Moliaert
1487 Gregorius Ghilmans
plm. 1497-1502 Johannes Broeckmans, absent

16de eeuw
plm. 1510-1524 Wilhelmus van Enckevoirt  (kardinaal), absent, geboren 1464, overleden 1534
1510  Joannes Zuetrix
1524  Nicolaus Wilhelmi
1524-1549  Michael van Enckevoirt, absent overleden 26 april1550
1530-1541  Petrus van Dongen
1549/1550-1558  Balthasar Masschereel,  absent, was vanaf 1536 reeds pastoor van Groot-Zundert; wordt in 1549 genoemd als pastoor van Loon in de registers van het bisdom Luik; wordt echter pas in 1555 voorgedragen door Dirk van Grevenbroek, heer van Loon op Zand.
1550-1551  Petrus Cornelii

? Christoffel  van Scouwen
1562 Petrus Schielen (Petrus Sceelen)
1566-1587 Joannes Riemen, aanwezig
1587-1590  Bartholomeus Reymer
1590-1600  Bartholomeus Henrixsen van de Rijt, overleden 1600

17de eeuw
Grafsteen-pastoor--Otten-1600-1607  Balthasar Petersen van (der) Hoeve(n)
1607-1608  Bernardus Boonen (Fabius), geboren Rhety 1575, overleden 5 november 1622, aangesteld 11 september 1607, werd pastoor te Roosendaal 21 april 1608

1608-1627  Gerardus Otten, geboren te Diessen, overleden 13 april 1627
Links zijn grafsteen op het kerkhof van Loon op Zand:
Hier rust H (eer) en M (eester) Gerardt Otten van Diessen priester pastoir deser kercke ontrent 20 jaeren sterf A(nno Domini) 1627 den 13 April, Bidt voor de siel
1627-1654  Benedictus van Kessel, geboren te Den Bosch 5 februari 1590, begraven te Amsterdam 24 oktober 1661
1654-1658  Joannes Penninck
1658-1691  Martinus van Rossum, overleden 1691

18de eeuw
1692-1740  Franciscus van Rijckevorsel, geboren te Breda, overleden 28 maart 1740
1740-1741  Joannes van (den) Biestraten, gedoopt te Moergestel 24 maart 1663, begraven te Loon op Zand 29 december 1741
1742-1786  Anthonius Spieringhs, geboren te Den Bosch, overleden 18 juli 1786
In 1773 mocht Spieringhs “wegens  hoge jaren” een assistent nemen. Dit werd Paulus Dominicus Suys, die na Spieringhs’ dood in 1786 voorlopig de dienst mocht blijven waarnemen.
In 1789 werd Suys pastoor te Gemonde. Pogingen om een nieuwe pastoor te krijgen waren na 1786 mislukt, totdat in 1789 toelating werd verkregen voor Adrianus Huijgens.
1789-1796 Adrianus Huijgens, geboren te Teteringen 30 april 1750, overleden te Kaatsheuvel 7 oktober 1831. Hij werd in 1796 de eerste pastoor van Kaatsheuvel.

19de eeuw
1797-1811 Joannes Branten, geboren te Mierlo 1759, overleden te Loon op Zand 22 januari 1811
1811-1834  Ludovicus Carolus Reabel (1777-1834)
1834-1841  Christianus Henricus Schrijvers (1795-1868)
1841-1867  Henricus Spoorenberg (1799-1867)
1867-1877  Gerardus Gijsbertus van den Heuvel (1821-1877)
1877-1900  Petrus Hubertus Klijsen (1828-1900)

20ste eeuw
1900-1900  Guillaume F.M. van den Panhuijsen (1854-1900), benoemd 16 januari 1900, overleden 20 juli 1900
1900-1933  Emilius A.A.M. Muré (1856-1933)
1933-1955  Hubertus Cornelis Schoenmakers (1889-1958)

1955-1965  Franciscus H.A.M. Mommers (1894-1975)
1965-1987  Johannes Josephus Simons (1917-1990)
1987-1995  Gerardus Henricus Stegeman (1934-2012)
1997-2003  A.Th.J.M. René Aarden (geboren 1965), 1996 stagiair, 1 juli 1997 mede-pastor St. Jans Onthoofding te Loon op Zand, 15 mei 2001 pastoor van Loon op Zand en De Moer

Pastoor P. Klijsen Pastoor G. van den Panhuijsen Pastoor E. Muré Pastoor H. Schoenmakers
Pastoor F. Mommers Pastoor J. Simons Pastoor G. Stegeman Pastoor R. Aarden

Bij het overlijden van Pastoor Klijsen schreef de krant op 11 januari 1900 het volgende artikel:

Petrus Hubertus Klijsen. Wij lezen in De Noordbrabander: 7 Jan. 1900.

Als een donderslag bij helder weder ging te Loon-op-Zand de mare: onze Pastoor is dood! Een ieder groot of klein was verstomd dat in zoo korte spanne tijds ons onze hooggeachte Herder was ontnomen. Bijna vijf-en-twintig jaren heeft Pastoor Klijsen als een zorgzame Vader over ons gewaakt ijverig in ’s Heeren Dienst, hulpvaardig voor een ieder milddadig voor de behoeftige menschheid.
Petrus Hubertus Klijsen werd te Tilburg uit een deftig en godvreezende familie in den jare 1828 geboren. Reeds vroegtijdig openbaarde zich zijne neiging tot het H. Priesterschap, met welke waardigheid hij in 1853 bekleed werd. Na eenigen tijd in het Aartsbisdom te zijn werkzaam geweest volgde de benoeming tot kapelaan te Made. Hier deed de jeugdige Priester zich kennen als ijveraar voor het heil der zielen, zoodat toen de Parochie Zwaluwe verdeeld werd, het oog van Mgr. Zwijsen Z.G. viel op den kapelaan van Made en Zeerw. benoemde als eersten Pastoor van Hooge Zwaluwe. Wat Zeerw. hier was, och hoevelen zijn er nog die zich Pastoor Klijsen herinneren, hoevelen zijn er die moreel en tijdelijk door Hem werden gesteund.

De fraaie kerk, die veel aan haar kortlings overleden en tweeden Herder, den Zeerw. Heer H. J. v. d. Ven verschuldigd is, dankt zeker het leeuwenaandeel aan de milddadigheid van Pastoor Klijsen. Na ongeveer dertien jaren te Hooge Zwaluwe gearbeid te hebben, volgde bij den dood van Pastoor van den Heuvel z.g. in den jare 1877 de benoeming tot Pastoor van Loon-op-Zand. In dezen werkkring blonk vooral zijn drievoudige ijver uit, ijver voor Gods Huis, de vele en fraaie sieraden die bij verschillende feesten ten toon waren gespreid nu nog deez’ dagen de Kribbe van Betlehem, de luister die hij Maria’s feesten wist bij te zetten, zijne teedere devotie vooral voor den H. Gerlacus wiens vereering hij te Hooge Zwaluwe en alhier zoo verstond, zij zullen Pastoor Klijsen’s naam in de verste tijden verkondigen; ijver voor het zielenheil, hoe menigmaal bad en smeekte hij op den predikstoel om den vrede te bewaren, den vrede die al eens door politiekers werd gehinderd; ijver voor het Godsdienstig onderwijs: hiervan toonde hij nog in den avond van zijn leven dat niets Hem meer ter harte ging dan de jeugd. Het onderwijs voor de kinderen zijner Parochie daarvoor bracht hij offers grooter dan iemand weet.

Milddadig was ook Pastoor Klijsen, nog niet een jaar mocht hij het geluk smaken de prachtvolle Pastorie te bewonen, die Zeerw. voor zijn opvolgers meest uit eigen middelen gebouwd heeft. Milddadig voor den lijdende, het is Gode bekend hoeveel hulpbehoevenden door Pastoor Klijsen zijn gesteund. En thans ligt de steeds werkzame, de onvermoeide, machteloos. De dood heeft aan de parochianen van Loon een zorgzamen vader, voor zijn Eerw. Kapelaan met wien hij ruim een jaar gearbeid heeft, een trouwen vriend, aan de Eerw. Zusters der bijz.school een grooten steun en aan velen ook buiten Loon-op-Zand een weldoener ontnomen. De rouwornamenten welke hij nog kort geleden aanschafte zullen thans voor de eerste maal dienst moeten doen bij de uitvaart van zijn Zeerw. Loon-op-Zand en de vele vereerders zullen steeds dankbaar in hunne gebeden herdenken den Zeer Eerw. Heer Petrus Hubertus Klijsen.

Bij het overlijden van pastoor Muré schreef de krant van 26 april 1933

Begrafenis Pastoor Mure.

Maandagavond ten 7 uur werd het stoffelijk overschot van wijlen den Z. Eerw. heer Pastoor Mure plechtig van de Pastorie naar de Parochiekerk overgebracht, alwaar het, na het bidden van den H.Rozenkrans voor de geloovigen te bezichtigen was. De plechtigheden bij de overbrenging werden verricht door den Weleerw. Heer Verbunt, kapelaan der parochie, geassisteerd door den Weleerw. Pater Salesius OMC.  Dinsdagmorgen ten 10 uur werd in de parochiekerk de plechtige, solemneele lijkdienst gevolgd door de uitvaart gehouden na dat ten 95 uur door de aanwezige heeren geestelijken de Metten waren gezongen. De plechtige H. Mis van Requiem werd opgedragen door den Hoog Eerw. Heer Deken, geassisteerd door den Weleerw. Heer Verbunt en den Weleerw. Pater Salesius OMC. resp. Diaken en Subdiaken terwijl het kerkkoor zeer verdienstelijk de 3 stemmige Requiemmis van Perosi uitvoerde. In zijn lijkrede schetste den Hoogeerw. heer Deken den ontslapene als een deugdzaam Priester en ijverig zieleherder.  Vooral voor de zieken was hij een zorgzaam priester en nooit werd voor hen zijn hulp tevergeefs ingeroepen. Nadat door de dienstdoende priesters de Absoute was verricht, had de plechtige begrafenis plaats. In den stoet merkten we op de meeste notabelen der gemeente  en tiental oud-kapelaans van den overledene alsmede zeer vele Heeren Geestelijken uit de omliggende plaatsen.

21ste eeuw
2003-2012 Petrus C.M. Luijckx (geboren 1959), 1 september 2003 pastoor van Loon op Zand en De Moer

Daarna werd Loon op Zand onderdeel van de parochie H. Willibrord.